negerzaad

Pakjes komen eerst aan in Ons Schuurtje dé dierenwinkel van Krimpen. Het vrijstaande hoekhuisje staat tot aan het plafond volgestouwd met forse balen voer en ander hooiachtigs. Opzichtig plastic dierenspeeltjes hangen op ooghoogte. Het aanbod is op alle fronten overweldigend. Maar ik houd geen huisdieren. Ik haal en breng er regelmatig pakjes. Veel pakjes.

Het openen van de winkeldeur vergt kracht. Je moet hem over het dooie dorpelpunt duwen maar dan sta je ook binnen in een uiterst smal winkelpad. Door een dikke lucht van onduidelijke brokken en hamstercavia bereik je naar luchthappend het kassahoekje achteraan de overvolle toonbank. Ik hoop er altijd weer tegen beter weten in iets eetbaars te ontdekken. Iets te kluiven. Uit het vuistje. Zomaar en passant bij de kassa. Iets menselijks.

Ik stond te wiebelen op mijn hakken met mijn neus in de hangende hondenriemen met daarnaast een rommelig doktervogelschapje aangestampt met doosjes, druppeltjes, spraytjes. Ik kreeg spontaan jeuk bij het zien van het aanbod ontwormmiddelen en antivlooien allerlei. Een oudere Krimpens sprekende heer was bezig met zijn beurt. Ik luisterde zijn bestelling. Na het uitspreken van elke één kilo, keek het hoofd van de man naar mij om daarna aan de verkoopster aandachtig en kalm iets meer vertellen over zijn mengpraktijken. Ik wilde ongeduldig dat zij mijn pakje tussendoor zou doen.

Plots bestelde hij 1 kilo negerzaad. Hij banadrukte de r. Meer rollend dan hautain. Ik volgde met mijn ogen de verkoopstershand met schep naar de onverlichte houten bakken met moeizaam veelal bruingroen dof ruikende korrels, pitten en zaden. Ze schepte zonder blikken of blozen tamelijk zwart spul in een bruin papieren zak. Ik vroeg de heer of ik het woord negerzaad correct had verstaan. Hij zag er onberispelijk uit.

Hij draaide en deed eerst een stap naar mij. Zijn wangen rood gekrast van haarvaatjes. De wimpers onbewogen doorzichtig. Zijn lippen smal en donker vochtig. Zijn andere been sloot hij aan. Zijn roze dikke vingertopjes vergroot vlak voor mijn gezicht duidden de ruimte, de maat. Hij maakte het heel spannend. ‘Het is heel dun, klein zaad, heel dun.’ Zijn duim en wijsvinger waren gestopt op 4 milimeter van elkaar. ‘Heel dun.’ De afmeting bleef in stand. ‘En het is gitzwart, echt gitzwart.’ De i was kort afgepast en beklemtoond. Hij had mijn volledige aandacht. Ik zag paarse vlekjes onder zijn huid. Hij sprak verder over zijn eigen zaadmengsel. Witte en zwarte pitten, niet de doppen, het volume en verder alles wat parkieten lusten. Neen, geen tarwe en gerst dat niet. Ik keek naar de papieren kilozakken zorgvuldig gekozen mengvoer. Hij sloot af met een lesje rekenen: gewicht in kilo’s in verschillende maten en de zakken.

Ik denk dat mijn mond openstond want hij stopte na het woord hectoliter. Keerde zich naar het pinapparaatje. Zijn knaloranje bankpas in afwachting. ‘Alweer geslaagd,’ verduidelijkte hij zichtbaar ingenomen. Zijn oogjes glommen oprecht en lichtblauw. Nu weer naar mij. De zakken met neger- en ander zaad deed hij met een zwaai onder zijn armen. Trots stapte hij de winkel uit de zon in.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s